|

MAANLICHT Schrijven lokt soms vreemde reacties uit. Men heeft het over een ‘tsunami’ aan woorden, een onuitputtelijke woordenstroom, publicatiewoede en zelfs over publicitis. Alsof de hoeveelheid van gebruikte woorden altijd iets zegt over de inhoud van een tekst. Bestaat er overigens een normering ter zake? Het is maar een woord! Hij heeft een hekel aan oppervlakkige opmerkingen, net zoals hij een hekel heeft aan volslagen duisternis, uitzondering gemaakt voor zijn donkere kamer. Want daar, in zijn doka, worden foto’s geboren. Zijn bed staat tegen het raam. De rolluiken laat hij nooit neer, er zijn ook geen gordijnen noch overgordijnen. Hij wil in het nachtelijk schemeren nog een glimp kunnen opvangen van de vergeelde meidoornblaadjes aan de gedoornde takken. Neen, hij is niet bang in het donker, hij wil alleen altijd in staat zijn zich te oriënteren zonder verblindende lampen te moeten aanknippen. bladeren waaien in wervelende cirkels een Japanse prent het slijmerig spoor achter alle tuinslakken met veel bochtenwerk De beweging van akkermaalshout en het geritsel van de regen zijn prachtig. Bladnerven glanzen. Hij hoort liever het geritsel van een blad dan het gemeier van de buurvrouw, over het kille najaar. Haar liflafjes laten hem onverschillig, omdat herfsttinten en nevelslierten hem juist in vervoering brengen. Hij leidt verslaggevers rond zijn tuin, maar indien ze het verkleuren van de perzikboom niet opmerken wijst hij ze de deur. Als schrijver doopt hij zijn pen het liefst in de luwte. Hij is liever een lavendeltwijg uit Sénanque dan een soort fanatieke Stachanovist. Hij houdt niet van medailles voor bewezen diensten en wijst totalitaire systemen af. Hij is liever fan van Mickey Mouse dan van Jozef Stalin. de ontbladering na het razen van de wind het bos is drassig
17-01-2010, 12:15:22 Geert Verbeke
|