
HAIKU'S SCHRIJVEN Aan tafel gaan zitten en even op de balpen kauwen om dat in één flits een geniale zin van zeventien lettergrepen op papier te zetten, en die dan in drie stukken te hakken...zal nooit een goed resultaat opleveren. Evenmin zul je met een clichématig thema (kleinkinderen, geniale kleuters, enz.) in de nabijheid komen. Alles lijkt al gezegd, zelfs over Maria, Boeddha, luchtballons en het stoofpotje. Erger nog zijn de vrijblijvende Oriëntale connecties die voor exotisch moeten doorgaan. De geisha, de sumo-worstelaar, de pagode, de Fuji-berg, harakiri en andere items zorgen alleen voor meligheid. Ik kan het weten, want in mijn versjes bezondigde ik mij ook aan dat soort trivialiteiten, het was toen 1968 en 'verboden te verbieden' stond op elke blinde muur. 'De verbeelding aan de macht,' kon ook gespoten worden, als slogan tegen slogans. Kortom het was de tijd van de tamme revolutie. Jacques Brel zong: 'J'écoute pousser mes cheveux.' Dan volgde trouwen, kindjes krijgen en geld verdienen voor een auto, een huisje, een tuintje en een advokaat. Boulot, metro, dodo... Geef toe, niet meteen die hoogverheven thema's voor meesterlijke haiku's. Hoe het dan echt moet? Ik zou het begot niet weten, ook ik klooi maar wat aan. Zeker niet om 'de hooggeleerde specialisten,' te treiteren, die stemmen gewoon tot nadenken. Een van hen, de kwaadste nog niet, viel uit tegen mijn boekje Schakende Heremieten met: 'Ik vind de publicatie van dit boek niet nodig en zelfs niet wenselijk. Ik stel er geen prijs op in het colofon vermeld te worden, aangezien dat kan begrepen worden als een goedkeuring van jouw teksten en dat kan ik niet over mijn hart krijgen: ze missen de sobere objectiviteit van een verklarend woordenboek.' Alsof het daar om begonnen is. Ik ben niet gehinderd door enige opleiding en wil dus geen afgeladen vol auditorium vergasten op ‘de longen en het hart van een konijn’, want dan moet ik het arme dier eerst over de kling jagen. Haiku’s definiëren aan de hand van persoonlijke opvattingen inzake poëtica of epateren met literaire erudiete is ook mijn ding niet. Na het verschijnen van mijn haikuboeken gaat elk manuscript consequent in de versnipperaar. Op de harde schijf worden vervolgens alle wordingsteksten gewist. De genese van mijn haiku’s, of ‘hoe het groeide,’ behoort namelijk tot de geheimen van de kok. De keukendeur blijft dicht. 'Close reading' van mijn haiku's is geen optie. Haiku's vragen om eenvoud, dus hou ik het simpel: wie zijn eigen versjes aanmerkt als haiku's, moet dat maar doen. Wie ben ik dat ik teksten zou verbeteren of opmerkingen zou maken? Niemand, ook ik niet, is verplicht wat dan ook te lezen of te corrigeren. Al wil een recensent wel eens iets naar voor brengen. Uiteraard vrijblijvend. Ik verkondig liever geen waarheden over haiku's, ik weet er zelf te weinig van. De Japanse meester kritisch nalezen levert wel wat wetten en regels op, maar dat zijn meestal slechts algemene richtlijnen die eerder een oriënterend dan een normerend karakter hebben. De meester weten het misschien ook niet...wat hun bescheidenheid kan verklaren. Poëtische kwaliteit zou naar verluidt op de eerste plaats komen, maar vraag mij niet deze te definiëren, want mijn broccoli (Brassica oleracea var. cymosa) is daarvoor iets te klein uitgevallen. Bovendien staat tegenover elke zure appel wel een zoete peer, en omgekeerd.
|